Vitreomaculaire tractie


Wat is vitreomaculaire tractie?

De oogbol wordt grotendeels opgevuld met een geleiachtige substantie: het glasvocht of glasachtig lichaam.

Bij jonge mensen vult het glasvocht de volledige ruimte van de oogbol achter de lens op, tot aan het netvlies dat de binnenwand van de oogbol bekleedt.

In de meeste ogen ontstaat er vanaf 50-60 jaar een natuurlijk proces waarbij die geleiachtige structuur gaat krimpen en langzaam aan loskomt van de binnenwand van de oogbol. Dat loskomen van het glasvocht van het netvlies noemen we een glasvochtloslating. Dit verloopt in een aantal stadia (zoals hieronder te zien is in de afbeelding).

Vooral in stadium 1 en stadium 4 loopt het oog het meeste risico op problemen. Stadium 4 (acute glasvochtloslating) wordt besproken in een ander hoofdstuk. Het probleem van vitreomaculaire tractie kan ontstaan in stadium 1 van de glasvochtloslating. Dit is het geval wanneer het glasvocht deels loskomt van de macula (gele vlek) behalve aan het centrum ervan (de fovea).

Op één of andere manier blijft bij een aantal patiënten het glasvocht erg vastgekleefd aan dit centrum van de gele vlek. Daardoor oefent het glasvocht dat steeds verder loskomt van de wand trekkracht uit op dit centrum (fovea). Die trekkracht noemen we vitreomaculaire tractie (tractie van vitreum of glasvocht op de macula).

 

Wat zijn de klachten bij een vitreomaculaire tractie?

De klachten zijn meestal mild en voorbijgaand. Dit is immers een natuurlijk proces waarbij het glasvocht langzaamaan en in fases loskomt van het netvlies. Bij een aantal mensen verloopt dit proces moeizamer. Dan komt het centrum van de gele vlek steeds meer onder spanning te staan. De gele vlek of macula is het centrum van het netvlies dient met name om details te zien, zoals bij het lezen of ondertitels van de televisie lezen of mensen herkennen.

1. Klachten van een wazige vlek of verminderd zien

De gele vlek is het centrum van het netvlies dat met name dient om details te zien, zoals tijdens het lezen van bijvoorbeeld ondertitels of het herkennen van mensen. Vandaar dat mensen het gevoel kunnen hebben dat hun (lees)bril niet meer voldoet omdat het moeilijker wordt om details te onderscheiden. Op de plek waar de blik op gericht wordt, wordt een wazige, doffe of donkere vlek waargenomen en is het beeld minder gedetailleerd dan het zou moeten zijn. De vlek beweegt met de blikrichting mee, zodat het niet mogelijk is om naast de vlek te kijken. Het wazig zien kan niet met een normale bril verholpen worden.

Het perifere zien (zijzicht) blijft bijna altijd intact, zodat men in staat blijft om zijn weg in huis en daarbuiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men de scherpte.

Klachten van roodheid, irritatie en pijn van de ogen horen niet bij vitreomaculaire tractie. Van buiten is er dus niets abnormaals aan het oog te zien. Wel kan inspanning van de ogen, bijvoorbeeld om te lezen, televisie of op een beeldscherm te kijken, sneller leiden tot vermoeidheid van de ogen dan bij iemand met goed gezichtsvermogen.

2. Klachten van vervormd zien

Soms is vervorming van het beeld het eerste dat iemand merkt. Lijnen lopen niet meer recht, maar hebben een vreemde kronkel of een uitbochting. Men ziet bijvoorbeeld een deuk of een hobbel in een deurstijl of lantaarnpaal. Of men ziet “verwrongen” gezichten. In een verder gevorderd stadium kan de wereld eruit zien alsof men in een soort lachspiegel kijkt.

 

 

Hoe wordt vitreomaculaire tractie vastgesteld?

Een glasvochtloslating wordt door de oogarts vastgesteld op basis van het typische klachtenpatroon (plots bewegende vlekken zien, al dan niet gepaard met lichtflitsen) en na het verrichten van bepaalde onderzoeken:

Het bestaan van vitreomaculaire tractie wordt door de oogarts vastgesteld na het verrichten van bepaalde onderzoeken:
1. Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visus meten).

2. Onderzoek van de gezichtsscherpte dichtbij (leesvisus meten): de leesvisus gaat soms sterker achteruit dan de visus op afstand bij maculapathologie.

3. Onderzoek van de beeldvervorming (Amsler test) kan nuttig zijn om beginnende maculapathologie op te sporen.

4. Met een oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek) kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. En meer specifiek het centrum ervan, de macula.

5. De beste methode om vitreomaculaire tractie in beeld te brengen is de OCT (optical coherence tomography). Dit is een apparaat dat de macula (gele vlek) scant en alle laagjes ervan in beeld brengt. De tractie van de achterkant van het glasvocht op het centrum van de macula is zichtbaar. Vooral de gevolgen hiervan op de gele vlek worden duidelijk. Ook de diepere lagen van de macula, inclusief de staafjes en kegeltjes, kunnen afwijkingen vertonen als gevolg van de blijvende trekkracht.

 

Moet vitreomaculaire tractie behandeld worden?

Bij ongecompliceerde vitreomaculaire tractie is geen behandeling nodig. Alleen bij complicaties is een behandeling vereist. De vitreomaculaire tractie is meestal tijdelijk (proces van weken tot maanden) en de klachten zijn meestal mild. Na verloop van tijd komt het glasvocht in de meeste gevallen volledig los van de macula. Het gezichtsvermogen herstelt dan volledig of bijna volledig.

Indien de tractie blijft bestaan en de klachten storend zijn dan kan behandeling overwogen worden.
In zeldzame gevallen evolueert vitreomaculaire tractie naar een maculagat. In die gevallen is behandeling wel nodig.

 

 

Hoe wordt vitreomaculaire tractie behandeld?

Zoals eerder vermeld wordt vitreomaculaire tractie alleen behandeld indien klachten aanblijven of toenemen. Indien er een voorgeschiedenis is in het andere oog waarbij de tractie geëvolueerd is naar een maculagat kan de oogchirurg beslissen om eerder te behandelen.

Welke zijn de behandelingsmogelijkheden?
1. Een vitrectomie is de meest efficiënte behandeling, d.w.z. heeft de grootste slaagkans. Daartegenover staat dat het meer ingrijpend is dan een injectie in het oog.
2. Een intravitreale injectie kan toegediend worden in de hoop de verkleving tussen het glasvocht en de macula los te weken. Ofwel wordt een gasbel geïnjecteerd ofwel het commerciële product Jetrea. Een gasbel heeft als nadeel dat het enkele weken lang waargenomen wordt als een donkere bol in het oog. Jetrea heeft als nadeel dat het duur is en niet wordt vergoed in België. Ook werden complicaties beschreven bij het gebruik ervan. Injecties hebben alleen maar een slaagkans als er nog geen littekenweefsel ontstaan is als gevolg van de aanhoudende trekkracht op de gele vlek (macula pucker).