Venetakocclusie (veneuze retinale takocclusie of BRVO)


Een venetakocclusie is een trombose of verstopping van een ader in het netvlies. Hierdoor wordt de normale doorbloeding in een deel van het netvlies gestoord en kan ernstige schade ontstaan met slechtziendheid tot gevolg. De behandelmogelijkheden zijn beperkt en vooral gericht op het bestrijden of voorkomen van complicaties van de aandoening.

Het is even belangrijk om risicofactoren voor een venetakocclusie, zoals een verhoogde bloeddruk, op te sporen en te behandelen.

 

Hoe ontstaat een venetakocclusie?

Een venetakocclusie ontstaat meestal als gevolg van een slechte kwaliteit van de bloedvaten (bijvoorbeeld door ouderdom of hoge bloeddruk). Bij slechte vaatkwaliteit zijn de zwakste schakels in de bloedcirculatie in de aders van het netvlies de plaatsen waar een ader een slagader kruist. Bij die kruispunten komen beide vaten samen in een ‘manchet’ van bindweefsel. Als de wand van de slagader verdikt is, wordt de ader dichtgedrukt en kan de afvoer van het bloed gestoord worden. Ook andere factoren kunnen de doorstroming van het bloed vertragen: ontsteking van de wand van de ader (retinale vasculitis) of afwijkingen in het bloed waardoor het bloed verdikt is. De trage bloedstroom in een ader maakt het mogelijk dat zich bloedklonters vormen waardoor het bloed nog slechter of helemaal niet meer wegstroomt. Dit noemen we een trombose.

 

Wat gebeurt er met het netvlies bij een venetakocclusie?

De verstopping van een ader belemmert de doorstroming van het bloed in de ader en de fijne haarvaatjes in een deel van het netvlies. Door de verminderde bloedcirculatie ontstaat zuurstofgebrek in dat stukje netvlies en in de wand van de ader en van de haarvaatjes. Deze haarvaatjes zijn heel belangrijk voor het netvlies aangezien zij het netvlies van zuurstof en voedingsstoffen moeten voorzien. Sommige haarvaatjes gaan kapot zodat het omgevende netvlies nog meer zuurstofgebrek krijgt. Andere haarvaatjes overleven maar gaan lekken waardoor vochtopstapeling ontstaat in het omgevende netvlies.

 

Wat zijn de verschillende vormen van venetakocclusie?

  1. Niet-ischemische venetakocclusie

Hierbij ontstaat maar weinig zuurstofgebrek in het netvlies, waardoor de kans op complicaties gering is. Er bestaat een redelijke kans op gedeeltelijk of volledig herstel van het gezichtsvermogen. Toch kan het gezichtsvermogen gestoord blijven door vochtopstapeling in de macula (macula oedeem).

  1. Ischemische venetakocclusie

Hierbij is een ernstig zuurstofgebrek aanwezig in het netvlies. De kans op herstel is zeer klein, maar de situatie kan nog verder ontaarden. Er kan immers een wildgroei van nieuwe bloedvaatjes ontstaan wat tot ernstige complicaties kan leiden zoals glasvochtbloeding.

 

Wat zijn de klachten bij een venatakocclusie?

  • Plots wazig of slecht zien: dit is het gevolg van de schade aan het netvlies door zuurstofgebrek in de buurt van de macula. Daarnaast kunnen opstapelingen van vocht, vetsubstanties of bloed in de macula het gezichtsvermogen nog extra verminderen.
  • Grote donkere vlek of uitval in een deel van het gezichtsveld (‘dode hoek’): als een stuk van het netvlies beschadigd is, valt dat stuk van het beeld uit of wordt in dat stuk een grote donkere vlek waargenomen.
  • Bewegende vlekken of slierten zien: dit kan het gevolg zijn van een bloeding in het glasvocht.

Klachten van roodheid, irritatie of pijn van de ogen horen niet bij het beginstadium van een venestamocclusie. Van buiten is er dus niets abnormaals aan de ogen te zien. Wel kan inspanning met lezen, televisiekijken of beeldschermwerk sneller leiden tot vermoeidheid van de ogen.

 

Hoe wordt een venetakocclusie vastgesteld?

Een venetakocclusie wordt door de oogarts vastgesteld na het verrichten van bepaalde onderzoeken:

  1. Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visustest).
  2. Onderzoek van de gezichtsscherpte dichtbij (leesvisus meten): de leesvisus gaat soms meer achteruit dan de visus op afstand.
  3. Oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek): hiermee kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. Een venetakocclusie ziet er zo uit:

4. Optische coherentie tomografie (OCT)

Met dit onderzoek wordt vooral de mate van macula oedeem (lekkage van haarvaten in de macula) beoordeeld. De vochtopstapeling in de macula leidt tot een verdikking van het netvlies en dit kan nauwkeurig gemeten worden met dit apparaat. Zo kan het natuurlijk beloop en het effect van een behandeling zeer precies gevolgd worden. Macula oedeem op een OCT ziet er zo uit:

 

Meestal zal de oogarts na het verrichten van deze onderzoeken, een fluorescentie-angiogram  aanvragen om meer informatie in te winnen. Soms ook als voorbereiding op een behandeling.

Dit onderzoek geeft precieze informatie of er een uitgebreide verstopping van de kleine bloedvaatjes (haarvaten) aanwezig is. In dat geval spreekt men van een ischemische vorm van venetakocclusie en is de kans op ernstige complicaties groot. Een angiogram geeft ook informatie over eventuele lekkage van de bloedvaatjes in de gele vlek.

 

Hoe wordt een venetakocclusie behandeld?

Jammer genoeg zijn er thans nog geen behandelingen die de schade aangericht door de trombose kunnen herstellen. De behandeling is vooral gericht op het behandelen van verdere complicaties die het gevolg zijn van het zuurstofgebrek van het oog en van de lekkage van de bloedvaten.

De noodzaak van behandeling hangt dus af van 2 factoren, die met een fluorescentie-angiogram beoordeeld kunnen worden:

  1. De graad van zuurstoftekort van het oog (“ischemie”) als gevolg van het afsterven van haarvaatjes die het netvlies van zuurstof voorzien. Ernstig zuurstoftekort kan leiden tot ernstige complicaties zoals vaatnieuwvorming op het netvlies.
  2.  De graad van lekkage van de bloedvaten. Hierdoor ontstaat oedeem of vochtopstapeling in de weefsels, zoals ook kan optreden in de arm na een insectenbeet of in de onderste ledematen bij slecht functionerende aders met gezwollen voeten tot gevolg. Als de vochtopstapeling in het netvlies optreedt en meer in het bijzonder in het centraal gedeelte ervan (de zgn. gele vlek of macula) spreekt men van macula oedeem. Deze vochtopstapeling kan ernstige gevolgen hebben voor het kijken: het zicht wordt wazig, alsof men “door een waterdruppel” kijkt.

Zowel het zuurstoftekort als de lekkage van bloedvaten kan behandeld worden met intravitreale injecties en met laserbehandeling.

 

Wat is het doel van de intravitreale injecties en de laserbehandeling bij een veneuze occlusie?

Het doel is om het zuurstofgebrek van het oog en de lekkage van de bloedvaten aan te pakken :

  1. Vaatnieuwvorming voorkomen of verhelpen. Om dit te bereiken moeten doorgaans Argon laserbehandeling worden toegediend, al dan niet in combinatie met intravitreale injecties van anti-VEGF.Bij verlies van haarvaatjes wordt de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof naar gedeelten van het netvlies verstoord. Het netvliesweefsel dat nu in zuurstofnood verkeert, zal als reactie hierop stoffen produceren die de vorming van nieuwe bloedvaten stimuleren. Deze nieuwe bloedvaten (zogenaamde neovascularisaties of proliferaties) groeien aan het oppervlak van het netvlies en in het glasvocht. Ze zijn echter van zeer slechte makelij en vormen een soort wildgroei.Niet alleen zijn de nieuwe bloedvaten niet in staat om weefsel in nood van de nodige voedingsstoffen en zuurstof te voorzien; ze zijn ook zeer broos. Daardoor bloeden ze snel, wat het zicht ernstig kan verstoren.
  2. Vochtopstapeling  in de gele vlek (macula oedeem) voorkomen, beperken of verhelpen. Indien de lekkage over de volledige macula verspreid is (“diffuus macula oedeem”) dan wordt thans de voorkeur gegeven aan intravitreale injecties. Indien de lekkage beperkt is tot een bepaalde zone van de macula, kunnen soms met een beperkt aantal gerichte laserstralen de lekkende haarvaten als het ware “dichtgelast” worden. Dit noemen we een focaal maculaire laserbehandeling

 

Wat zijn de mogelijke ernstige complicaties van een onbehandelde venetakocclusie?

De ischemische vorm van venetakocclusie kan tot complicaties leiden, die meestal pas ontstaan na verloop van enkele maanden.

Glasvochtbloeding: nieuwgevormde bloedvaatjes, ontstaan als gevolg van het zuurstofgebrek, groeien aan de oppervlakte van het netvlies. Deze zijn zeer broos en kunnen bloeden in het glasvocht. Om dit te behandelen is meestal een vitrectomie nodig.

Netvliesloslating: in een nog latere fase wordt ook bindweefsel gevormd. Naast nieuwe bloedvaten, wordt ook bindweefsel gevormd. Bindweefsel heeft zeer nuttige functies voor ons lichaam. Zo helpt het bij het herstel van beschadigd weefsel. Bindweefsel ter hoogte van het netvlies kan echter negatieve gevolgen hebben. Bindweefsel heeft namelijk trekkracht. Hierdoor kan het netvlies van zijn normale plaats worden losgetrokken. De netvliesloslating (zogenaamde tractieloslating) die dan ontstaat, heeft zeer ernstige gevolgen voor de werking van het oog.

Dit bindweefsel kan op termijn het netvlies uit zijn normale positie trekken. Dit noemen we tractieloslating van het netvlies. Om dit te behandelen is een vitrectomie nodig.