Fluorescentie angiografie


Fluorescentie angiografie is een onderzoeksmethode waarbij een gele kleurstof (fluoresceïne) in de arm of hand wordt ingespoten. Via de aderen verspreidt de kleurstof zich door het lichaam en komt zo ook in de bloedvaten van het oog terecht. Kort na de inspuiting worden foto’s van het netvlies gemaakt. Bij het maken van de foto’s gebruikt de camera een blauwe lichtbron, aangezien precies bij die kleur (golflengte) de kleurstof in het oog fluoresceert (‘oplicht’).

 

Wanneer wordt een fluorescentie angiografie uitgevoerd?

Als de oogarts bij onderzoek een afwijking in het achterste deel van het oog vermoedt, kan een fluorescentie angiografie worden gedaan.

De achterkant van het oog is voorzien van een dubbele bloedsomloop, namelijk de bloedsomloop van het netvlies en die van het vaatvlies. Het verloop en de verspreiding van de kleurstof in beide vaatstructuren wordt in detail gevolgd en op foto vastgelegd om bepaalde (soms voor het blote oog verborgen) ziektebeelden beter in beeld te kunnen brengen.

 

Wat wordt er in een angiografie beoordeeld?

  1. De verspreiding van de kleurstof in het netvlies

Is er schade aan de vaatwanden, dan kan de kleurstof uit de vaten lekken en kan de schade goed in beeld gebracht worden. Zijn er stukken van het netvlies waarin de bloedvoorziening verminderd of zelfs verdwenen is, dan kan dit ook goed in kaart worden gebracht door de verspreiding of afwezigheid van de kleurstof in gedeelten van het netvlies te volgen.

  1. De verspreiding van de kleurstof in het vaatvlies en onder het pigmentepitheel

Is er schade aan het pigmentepitheel, dan kan de kleurstof er doorheen lekken en kunnen de lekpunten aangetoond worden. Ook abnormale gebieden met opstapeling van kleurstof onder het pigmentepitheel (pigmentepitheelloslating) en verminderde circulatie in het vaatvlies worden zichtbaar bij het onderzoek.

  1. De aanwezigheid van abnormale bloedvaten (vaatnieuwvormingen of neovascularisaties)

Meestal nemen deze vaten de kleurstof gretig op en lekt de kleurstof heel snel uit hun wand, waardoor ze gemakkelijk herkenbaar zijn. De abnormale vaten kunnen zich op het netvlies of onder het netvlies bevinden.

 

De informatie die met deze techniek verkregen wordt, kan nuttig zijn om een precieze diagnose te stellen of de uitgebreidheid van een aandoening in kaart te brengen (bijvoorbeeld bij nieuwvorming van bloedvaten onder het netvlies). Ook kan het helpen om het verloop van een dergelijke aandoening of het effect van een behandeling te beoordelen (bijvoorbeeld van een laserbehandeling).

 

Voorbereiding op het onderzoek

Voor dit onderzoek moeten de pupillen verwijd zijn, zodat goede foto’s van de achterkant van het oog kunnen worden gemaakt. Een kwartier tot een half uur voor het onderzoek worden in beide ogen pupilverwijdende druppels toegediend. Als gevolg hiervan wordt het zicht wazig, vooral bij dichtbij kijken. Soms kunnen de ogen ook een beetje gaan prikken door de druppels.

 

 

Hoe verloopt het onderzoek?

Het maken van de foto’s is pijnloos en neemt ongeveer tien tot vijftien minuten in beslag. Eerst worden er met groen flitslicht enkele foto’s van beide ogen gemaakt. Hierna geeft de verpleegster een injectie met de fluorescerende vloeistof in de arm of in de hand. Het is belangrijk om de ogen open te houden. Ook al is dit moeilijk door de felheid van licht.

Door het verblindende licht is het normaal dat na het onderzoek het zicht gedurende enkele ogenblikken totaal donker is, maar dit gaat snel over. Ook is het normaal dat het zicht enkele uren wazig blijft door de nawerking van de pupilverwijdende oogdruppels. Het is daarom raadzaam om iemand mee te nemen naar het onderzoek en het wordt afgeraden om na het onderzoek zelf te rijden. Het kan prettig zijn om een zonnebril te dragen na het onderzoek.

 

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen van fluorescentie angiografie?

  1. Verkleuring van huid en urine. Nadat de kleurstof is ingespoten, krijgt de huid gedurende enkele uren een gele kleur. Door de kleurstof is men gedurende een dag ook gevoelig voor zonlicht. Daarom wordt contact met felle zon of de zonnebank op de dag van het onderzoek afgeraden. De kleurstof verdwijnt doordat de nieren de kleurstof in de urine uitscheiden. Hierdoor zal de urine tot 24 uur na inspuiting van de kleurstof een donker oranje kleur hebben.
  2. Fluoresceïne kan direct na de inspuiting misselijkheid veroorzaken. Dit trekt meestal snel weg. Kinderen kunnen zich door het inspuiten van de vloeistof erg naar voelen. Zij zijn er veel gevoeliger voor dan volwassenen.
  3. Lek van de kleurstof in de arm of hand. Indien de kleurstof tijdens de inspuiting uit het bloedvat lekt, ontstaat een lokale branderigheid en verkleuring van de huid. De branderigheid verdwijnt na enkele minuten, de verkleuring na enkele dagen. Er zijn geen restverschijnselen.
  4. Allergische reacties zijn zeldzaam. Hooguit veroorzaken ze een roodheid en jeuk van de huid. Allergische reacties worden, afhankelijk van de ernst, behandeld met tabletten of injecties antihistaminica. Vóór het verrichten van dit onderzoek wordt dan ook gevraagd of eerdere overgevoeligheden bekend zijn.  De arts kan dan overwegen of het verrichten van een fluorescentie angiografie geen onverantwoorde risico’s met zich meebrengt. Als bij een vorige fluorescentie angiografie last, misselijkheid of een allergische reactie is opgetreden, moet dit van tevoren gemeld worden. Dit geldt ook voor aandoeningen als epilepsie of schelpdieren allergie.
  5. Hoewel niet is aangetoond dat fluoresceïne schadelijk kan zijn voor een ongeboren kind, is het raadzaam om bij zwangerschap het onderzoek uit te stellen tot na de bevalling, tenzij het onderzoek absoluut noodzakelijk is.

Als er bloedonderzoek moet worden gedaan, kan dat pas vanaf 24 uur nadat het fluorescentie onderzoek is uitgevoerd.