Glasvochtloslating


Wat is een glasvochtloslating?

Een glasvochtloslating is een natuurlijk proces waarbij inkrimping van de geleiachtige structuur (het glasvocht) binnen het oog optreedt. Meestal veroorzaakt het klachten zoals bewegende vlekken van spinnetjes of bolletjes. Soms gaat het gepaard met lichtflitsen. Glasvochtloslating kan bij iedereen optreden. Meestal verloopt dit proces zonder problemen en is behandeling niet noodzakelijk.

In zeldzame gevallen kan een glasvochtloslating complicaties veroorzaken. Met name bij mensen met zwakke plekken in het netvlies kan een glasvochtloslating leiden tot scheurtjes in het netvlies en een netvliesloslating. Dit zijn zeer ernstige aandoeningen die tot blindheid kunnen leiden wanneer er niet op tijd wordt ingegrepen. Bij acute symptomen is het dan ook verstandig om het netvlies te laten controleren door een oogarts.

 

 

Hoe ontstaat een glasvochtloslating?

Bij jonge mensen wordt de gehele inhoud van de oogbol achter de lens opgevuld met een soort gelei die we glasvocht noemen. Het glasvocht zit aan de achterzijde vast aan het netvlies. Dit bekleedt de binnenwand van het oog waarin de staafjes en de kegeltjes zitten. Als men ouder wordt, verandert de samenstelling van het glasvocht geleidelijk: de geleiachtige substantie krimpt in. Aangezien de glasvochtruimte even groot blijft, komt het glasvocht aan de achterzijde los van het netvlies te liggen (zie afbeelding). De ruimte tussen glasvocht en netvlies wordt opgevuld met vocht; het zogenaamde vervloeide glasvocht.

Dit proces noemen we een achterste glasvochtloslating. Dit moet niet worden verward met een netvliesloslating. Een glasvochtloslating is een natuurlijk verouderingsproces dat meestal vanaf de leeftijd van 50-60 jaar optreedt. Bij mensen die bijziend zijn, komt dit proces vaak eerder op gang.

Wanneer het glasvocht voor een deel loskomt van het netvlies, oefent het een trekkracht uit op het deel van het netvlies waarvan het nog niet is gescheiden. Op deze manier komt geleidelijk het gehele glasvocht los van het netvlies. Bij de meeste mensen verloopt dit proces zonder problemen. Het proces van glasvochtloslating kan echter problemen veroorzaken bij aangeboren zwakke plekken in het netvlies. Ook plaatsen waar het glasvocht ongewoon sterk is vastgehecht aan het netvlies kunnen er complicaties optreden.Het netvlies is immers een dun en gevoelig weefsellaagje. Als het glasvocht eraan trekt, kan in dit dunne vliesje een gaatje of een scheurtje ontstaan (zie afbeelding).

Soms kan ook een scheurtje in een bloedvaatje ontstaan wanneer hier hard aan getrokken wordt. Dan ontstaat er een glasvochtbloeding. Dit kan in sommige gevallen samengaan met een scheurtje in het netvlies.

 

Wat zijn de klachten bij een glasvochtloslating?

Bewegende vlekken

In het glasvocht komen draadachtige structuren voor. Deze kunnen als sliertjes, spinragjes en soms als bolletjes worden gezien. Vooral wanneer er naar een strak blauwe lucht of naar een wit plafond wordt gekeken. Ze worden “mouches volantes” genoemd. Deze kunnen hinderlijk zijn, maar zijn niet ernstig.

Na een glasvochtloslating kan dit verschijnsel toenemen. Het glasvocht is dan namelijk veel beweeglijker en bevat bovendien door het inkrimpen meer verdichtingen. Een dergelijke verdichting kan zelfs leiden tot een bewegende vlek, meestal één per oog maar soms meerdere. De verdichtingen in het glasvocht werpen bij invallend licht een schaduw op het netvlies. Dit is wat we zien bij kijken naar een heldere achtergrond.

In sommige gevallen worden veel donkere vlekken of slierten gezien. Dit kan het geval zijn wanneer het glasvocht aan een bloedvaatje heeft getrokken. Het bloedvaatje is dan gebarsten.

Hieronder ziet u verschillende types floaters die kunnen voorkomen. Indien er meer dan 10 floaters of wolkjes en gordijnen plots te voorschijn komen is er verhoogde kans op het ontstaan van een netvliesscheurtje. Zeker indien de klachten gepaard gaan met lichtflitsen (zie hieronder).

 

                   Symptoms and Findings Predictive for the Development of New Retinal Breaks. Koen van Overdam, et al. Arch Ophthalmol. 2005;123(4):479-484.

 

Lichtflitsen

Wanneer tijdens het proces van loslating van het glasvocht aan het netvlies wordt getrokken, krijgt het netvlies op die plaats een abnormale prikkel. Die mechanische prikkel van de staafjes en de kegeltjes wordt in de hersenen “geregistreerd” als een lichtflits.  Het is vergelijkbaar met sterretjes zien na een stomp op het oog.

Bij een glasvochtloslating wordt het zicht normaal gesproken niet slechter. Een glasvochtloslating hoeft niet behandeld te worden, tenzij het glasvocht zo hard aan het netvlies heeft getrokken dat er een scheur in het netvlies is ontstaan.

Aangezien het glasvocht en het netvlies geen pijngevoel hebben (er lopen geen gevoelszenuwen door), brengt glasvochtloslating geen pijn met zich mee.

 

Hoe wordt een glasvochtloslating vastgesteld?

Een glasvochtloslating wordt door de oogarts vastgesteld op basis van het typische klachtenpatroon (plots bewegende vlekken zien, al dan niet gepaard met lichtflitsen) na het verrichten van bepaalde onderzoeken:

  1. Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visustest).
  2. Met een oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek) kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. Met name de zijkant (periferie) van het netvlies wordt onderzocht, omdat eventuele scheurtjes in het netvlies meestal hier ontstaan. Om het netvlies in detail te kunnen onderzoeken, wordt vaak een driespiegelcontactglas op het oog gezet, na het verdoven van het oog met druppeltjes. Dit contactglas heeft een aantal kleine spiegeltjes die het de oogarts mogelijk maken het netvlies tot in de uiterste hoekjes te bekijken.

 

Wanneer is behandeling nodig?

Bij ongecompliceerde glasvochtloslating is geen behandeling nodig, alleen bij complicaties is een behandeling vereist. Gelukkig verloopt in veruit de meeste gevallen een glasvochtloslating ongecompliceerd. In een aantal gevallen is behandeling toch noodzakelijk om blijvende schade te voorkomen.

  1. Bij scheurtjes of gaatjes in het netvlies. Indien deze bij onderzoek gevonden worden en het netvlies nog niet los heeft gelaten, kan laserbehandeling voorkomen dat het netvlies loskomt.
  2. Bij duidelijk aantoonbare zwakke plekken in het netvlies. Indien de oogarts zwakke plekken ontdekt bij het onderzoek van het netvlies, kan er besloten worden om het netvlies met laserbehandeling aan de onderlaag vast te zetten. Dit vermindert de kans op het scheuren van het netvlies, als gevolg van de trekkracht van het glasvocht.
  3. Bij een netvliesloslating. Zodra het netvlies loskomt van zijn onderlaag, heeft laser geen effect meer. Een operatie is dan nodig zodat het netvlies terug op zijn plaats komt om blindheid te voorkomen. Indien de macula nog aanliggend is of nog maar heel recent heeft losgelaten, moet zo snel mogelijk geopereerd worden.
  4. Bij zeer storende vlekken die het beeld ernstig hinderen. Als gevolg van het losgelaten glasvocht ontstaan bewegende vlekken in beeld. Zeker wanneer de vlekken veel licht tegenhouden en in het midden van het beeld zweven, kunnen ze zeer hinderlijk zijn bij dagelijkse activiteiten als lezen, werken met een beeldscherm en autorijden. Vaak verminderen de klachten in de loop van de maanden, maar bij blijvende ernstige hinder kan een operatie (vitrectomie) overwogen worden om de glasvochttroebelingen die de klachten veroorzaken, te verwijderen. Deze operatie is evenwel nooit geheel zonder risico’s.