Vitrectomie


Vitrectomie betekent letterlijk: verwijderen van glasvocht. Soms is het verwijderen van glasvocht het doel van de ingreep, bijvoorbeeld om bloed of troebelingen in het glasvocht weg te halen. In andere gevallen is het verwijderen ervan alleen een tussenstap om het netvlies van binnenuit te kunnen bereiken.

 

Hoe wordt een vitrectomie uitgevoerd?

Eerst worden er drie kleine sneetjes (minder dan millimeter breed) gemaakt in het wit van het oog, op enkele millimeters van het hoornvlies (cornea).  In die openingen worden kleine cylindrische buisjes (trocars) geplaatst waardoor alle instrumenten en het vochtinfuus in het oog kunnen aangebracht worden. De techniek evolueert naar steeds kleinere openingen (en trocars) zodat de wondgenezing achteraf nog sneller kan gebeuren. Deze cylindertjes worden door het wit gedeelte van het oog (de sclera of harde oogrok) geplaatst, enkele millimeters achter het doorzichtige hoornvlies (cornea). Doordat de openingen in het oog schuin door de wand gemaakt worden (dus niet loodrecht op het oppervlak) sluiten ze meestal vanzelf af na het verwijderen van de trocars, zonder dat er hechtingen nodig zijn. Dit komt omdat de oogdruk (druk in het oog) de wondjes als het ware van binnenuit dichtdrukt.

Het vochtinfuus dient om het oog op spanning te houden en het oog van nieuwe vloeistof te voorzien op het moment dat er via een andere opening vocht of glasvocht of bloed uit het oog verwijderd wordt. Door een andere opening wordt een lichtkabeltje ingebracht om het oog van binnenuit te verlichten zodat fijne details zichtbaar worden. De derde opening wordt gebruikt om allerlei fijne instrumentjes, die tijdens de ingreep gebruikt worden, naar binnen te brengen. Zo is er bijvoorbeeld de vitrectoom, een instrumentje dat het taaie glasvocht als het ware ‘opknabbelt’.

Tijdens de ingreep wordt het verwijderde glasvocht onmiddellijk vervangen door een heldere vloeistof uit het infuus.

Aan het eind van de operatie zal de oogbol opgevuld worden met, afhankelijk van het probleem, kunstmatig oogvocht, lucht, gas of olie. Het oog zal in de dagen/weken na de operatie weer zelf oogvocht aanmaken. Indien het echter noodzakelijk is om het oog te vullen met olie zal er een tweede operatie noodzakelijk zijn om de olie weer te verwijderen.

 

 

 

Wat gebeurt er voor en na de operatie?

 

Intakegesprek en vooronderzoek

Als de beslissing voor een vitrectomie is gesteld, volgt er een gesprek met een verpleegkundige van de afdeling anaesthesie. Netvliesoperaties kunnen, afhankelijk van de complexiteit en verwachte duur, alsook de algemene gezondheidstoestand, onder plaatselijke verdoving of onder algemene verdoving worden verricht. Tijdens het intakegesprek worden gezondheid en medicatiegebruik besproken. Afhankelijk hiervan worden vervolgens vooronderzoeken zoals een bloed- en hartonderzoek gepland. Een vragenlijst over de medische voorgeschiedenis wordt meegegeven. Best wordt van tevoren contact opgenomen met de huisarts zodat hij/zij kan helpen bij het invullen van de vragenlijst.  Belangrijk is om eventuele allergieën te vermelden. Deze vragenlijst moet de dag van de ingreep meegebracht worden.

 

Verloop van de dag van de operatie

Houd er rekening mee dat de opname en operatie over het algemeen meerdere uren in beslag nemen. In de meeste gevallen kan de patiënt op de dag van de operatie weer naar huis.  Ook als de operatie onder plaatselijke verdoving plaatsvindt mag de patiënt zeker niet zonder begeleiding het ziekenhuis verlaten en naar huis gaan. Na de operatie kan de patiënt niet zelf autorijden. Daarom wordt de patiënt dringend geadviseerd een begeleider mee te nemen die hem/haar na de operatie naar huis brengt.

Op de dag van de ingreep moet de patiënt nuchter zijn vanaf middernacht. Dit wil zeggen niet roken, eten of drinken. Enkel ochtendmedicatie mag ingenomen worden met een klein slokje water. Indien de ingreep gepland staat in de late namiddag kan er nog een licht ontbijt genomen worden tot 8u. Het gelaat wordt best grondig gereinigd en make-up mag niet aangebracht worden.

Is de patiënt ziek, met name als dat gepaard gaat met koorts en hoesten, dan kan het zijn dat de ingreep best uitgesteld wordt. In dat geval wordt best van tevoren contact opgenomen met het ziekenhuis.

Het volgende moet meegebracht worden naar het ziekenhuis:

  • identiteitskaart
  • verzekeringsdocumenten, attest afwezigheid werk/school
  • ingevulde medische vragenlijst
  • bloeduitslag (indien nodig)
  • EKG (indien nodig)
  • Diabetespatiënt?  Medicatie en/of spuiten + schema
  • Bloedverdunners? Schema van de huisarts voor stoppen en herstarten van de medicatie

Nadat uw administratief dossier is afgehandeld, wordt de patiënt naar de kamer gebracht. Ongeveer een half uur voor de ingreep wordt de patiënt naar de operatiekamer gebracht. Daar wordt een infuus toegediend waarlangs de anesthesist iets kan toedienen waardoor de patiënt zich rustiger voelt.

Op het geopereerde oog wordt een beschermende plastiek oogschelp gekleefd, die pas de volgende ochtend verwijderd wordt. Het geopereerde oog mag de dag van de ingreep niet aangeraakt worden.

Bij ontslag uit het ziekenhuis worden de nazorgen meegedeeld.  Een afspraak wordt meegegeven voor nacontrole de dag na de ingreep. Het kan zijn dat de oogarts een houdingsadvies na de operatie doorgeeft (vb. op de zij slapen). Het is belangrijk dat dit advies goed nageleefd wordt om de kansen op een goed herstel te bevorderen.

 

Instructies dag na de operatie

Eén dag na de operatie vindt een eerste controle plaats op de consultatie. Dan wordt het verband van het geopereerde oog verwijderd en de huid rond het oog voorzichtig schoongemaakt. Het oogschelpje wordt bewaard voor later gebruik.

Het doel van de eerste oogcontrole is vooral om complicaties (verwikkelingen) uit te sluiten die een specifieke behandeling kunnen vereisen zoals een verhoogde oogdruk, een infectie, een nabloeding etc. De oogarts die het onderzoek doet kan reeds wat informatie geven hoe de ingreep verlopen is, maar het resultaat van de ingreep kan meestal pas ten vroegste beoordeeld worden bij de verdere vervolgonderzoeken, meestal na één of twee weken.

Vanaf de eerste dag na de operatie moeten de ontstekingswerende oogdruppels worden toegediend. Er bestaan verschillende combinaties van oogdruppels.

Het druppelschema van het ZNA Middelheim Ziekenhuis is:

1. Trafloxal  (Ofloxacine) gedurende één week

  •  Week 1: 5 x druppelen per dag
    • Vb 10 uur, 13 uur, 16 uur, 19 uur en 22 uur
  • Na week 1 volledig stoppen

2. Pred Forte (Prednisolone) OF Maxidex: afbouwschema over vijf weken

  • Week 1: 5 x druppelen per dag
    • Vb 10.10 uur, 13.10 uur, 16.10 uur, 19.10 uur en 22.10 uur
  • Week 2: 4 x druppelen per dag
    • Vb 10 uur, 14 uur; 18 uur en 22 uur
  • Week 3: 3 x druppelen per dag
    • Vb 10 uur, 16 uur en 22 uur
  • Week 4: 2 x druppelen per dag
    • Vb 10 uur en 22 uur
  • Week 5: 1 x druppelen per dag
    • Vb 10 uur
  • Week 6: Stoppen

Beide druppels mogen na elkaar ingedruppeld worden, de volgorde is niet belangrijk. Best is om de ogen gedurende een twintigtal seconden dicht te houden nadat een druppel in het oog zit zodat het goed kan inwerken.

Belangrijk is om door te gaan met de eventuele oogdrukverlagende oogdruppels indien deze voor de ingreep gegeven werden (bij glaucoom patiënten). Het is zelfs mogelijk dat na de ingreep de oogdruk tijdelijk extra verhoogd is, daarom is het des te belangrijker om naast de andere oogdruppels met deze oogdruppels door te gaan! Bij de oogcontroles zal de oogdruk gemeten worden. In sommige gevallen zal de druppelmedicatie aangepast worden mocht de oogdruk verhoogd zijn.

 

 

 

Wat te doen en te laten na de operatie?

 

Houdingsadvies:

Tijdens de operatie wordt gas, lucht of olie in het oog achtergelaten. Om deze gas-, lucht- of oliebel na de operatie op de juiste plaats tegen het netvlies te laten drukken, kan de netvlieschirurg  voor enige tijd een houdingsadvies geven bv. zijligging of buikligging van enkele uren per dag en ook ’s nachts. Meestal zijn de eerste 3 dagen na de ingreep dan het belangrijkste, bv. om het netvlies goed op zijn plaats te krijgen of een gaatje te sluiten.

Dagelijkse dingen:

Lezen, televisie kijken, computeren, huishoudelijke taken mag men blijven doen. Ook bukken en tillen is geen probleem, maar overmatige inspanningen, zware gewichten heffen en sporten worden gedurende de eerste twee weken afgeraden. Zwemmen wordt afgeraden tijdens de eerste twee weken maar douchen of baden en kappersbezoek hoeven na de operatie niet uitgesteld te worden, mits men voorkomt dat in het oog gewreven wordt.

Hygiëne van het oog:

Wrijven in het oog wordt de eerste week na de ingreep afgeraden. Dit kan immers een infectie teweegbrengen en ook het genezingsproces tegenwerken. Om het oog te beschermen tegen stoten en wrijven, wordt aangeraden om de eerste week na de operatie een (zonne)bril te dragen en ’s nachts het schelpje. Indien nodig, kan het oog gedept worden. De wimpers moeten proper blijven. Ze kunnen voorzichtig gereinigd worden met watten(staafjes), bevochtigd met steriel water (gekookt water, afgekoeld) of met fysiologisch water (zonder voorschrift verkrijgbaar bij de apotheker).

Werken:

Houdingsadvies, irritatie bij het oog en/of verminderd gezichtsvermogen maken werken tijdens de eerste week na de operatie meestal zeer lastig of onmogelijk. Ook werken in niet-hygiënische omstandigheden (zoals in het stof) kan gedurende de eerste week een verhoogd risico op infectie meebrengen.

Autorijden:

Autorijden wordt in de eerste dagen of weken afgeraden zolang het oog gevuld is met lucht of gas omdat het gezichtsveld dan beperkt is en het dieptezicht en het vermogen afstand te schatten tijdelijk gestoord is. In overleg met de oogarts kan besproken worden vanaf wanneer het gezichtsvermogen voldoende hersteld is om op een veilige manier terug te kunnen autorijden. Wat voor autorijden geldt is ook in mindere mate van toepassing voor het fietsen. Een breed gezichtsveld en een goede inschatting van diepte en afstand zijn voor de zwakke weggebruiker immers ook cruciaal om op een veilige manier aan het verkeer deel te nemen.

Reizen:

Zolang er een nog een lucht- of gasbel in het oog zit mag men niet vliegen of zich verplaatsen op grote hoogten in de bergen (>1000 meter). Immers, de lage luchtdruk op grote hoogte kan tot gevolg hebben dat de gasbel gaat uitzetten en de oogdruk zeer sterk gaat stijgen. Dit kan voor het oog fatale gevolgen hebben. Ook diepzeeduiken is omwille van drukschommelingen verboden zolang er gas of lucht in het oog zit. Bij gebruik van gas in het oog wordt een groen polsbandje met vermelding “medisch gas” rond de pols aangebracht. Dit dient als waarschuwing dat er geen lachgas mag gegeven worden bij een eventuele andere narcose of bevalling, zolang er gas in het oog zit.

 

Wat zijn de mogelijke klachten of ongemakken na een vitrectomie?

Een vitrectomie is ingrijpend voor het oog. De techniek is de laatste jaren gelukkig heel sterk verbeterd met betere resultaten tot gevolg maar ook met veel minder last achteraf. Toch moet men rekening houden met wat tijdelijke ongemakken zoals hieronder beschreven worden.

 

Hinder bij het kijken bij inspuiting van een lucht- of gasbel in het oog:

  1. Bij volledige vulling van het oog met lucht of gas: De gas- of luchtbel in het oog spiegelt het meeste licht terug het oog uit. Daarom ziet men alleen vage vormen, bewegingen of schaduwen doorheen het gas. Soms worden dubbelbeelden of lichtflitsen waargenomen. Naarmate de gasbel in het oog kleiner wordt, komt het beeld langzaam terug. Na enkele dagen krijgt men onder de gasbel een deel van het beeld terug. Aangezien de hersenen het beeld omkeren, begint men juist aan de bovenkant van het beeld een stukje te zien. De kleiner wordende gas- of luchtbel kan men zien als een bal of een schijf onderin het beeld, die bibbert en spiegelt en het idee geeft dat er een vijver in het oog zit. Een luchtbel is meestal volledig weg na een week, een gasbel kan afhankelijk van de samenstelling 2 tot maximaal 4 weken in het oog blijven voor ze helemaal verdwenen is.
  2. Bij een onvolledige vulling van het oog met lucht of gas:   Onderin het beeld ziet men een donkere, ronde schaduw of bal die bibbert en spiegelt. De bal wordt steeds kleiner en valt soms uiteen in meerdere kleintjes, voor hij na enkele dagen volledig verdwijnt. Vooral bij het bukken of voorover zitten wordt die lucht- of gasbel als een bewegende ronde bol gezien die het lezen belet.

 

Bewegende vlekjes zien:

In de eerste weken na de ingreep is het mogelijk dat er heel kleine partikeltjes in het oog zweven. Deze worden waargenomen als kleine bewegende vlekjes. Bijna altijd verdwijnen ze vanzelf in het verloop van dagen of weken.

Verminderd gezichtsvermogen:

Ook nadat het gas of de lucht verdwenen is, kan het zicht nog een tijdje wazig blijven. In tegenstelling tot een operatie aan de lens (cataractoperatie of phaco) duurt het herstel van een netvliesoperatie meestal veel langer. Alles is uiteraard afhankelijk van de onderliggende aandoening waarvoor de vitrectomie uitgevoerd werd. In sommige gevallen is perfect herstel mogelijk, in andere gevallen is het herstel beperkt. In de meeste gevallen verbetert het zicht gelukkig langzaam in het verloop van de volgende weken en maanden, soms nog na een jaar! Het gebrek aan coördinatie tussen het geopereerde en het niet geopereerde oog kan in het begin ook onaangenaam zijn. Met name het juist inschatten van diepte is in het begin moeilijk, vb. afstand schatten van tegenliggers bij autorijden, inschenken van kopje koffie enz.

Als de vitrectomie gecombineerd werd met een nieuwe lens dan verandert de brilsterkte. Deze is meestal pas stabiel na één tot twee maanden. Soms kan een tijdelijke bril soelaas brengen, in afwachting dat de sterkte gestabiliseerd is.

Roodheid en zwelling van het oog:

zijn vaak aanwezig in het begin maar gaan in het verloop van de volgende dagen en weken spontaan over.

Irritatie (zandkorrelgevoel, prikkend gevoel):

Het gevoel dat er iets in het oog zit kan aanwezig zijn maar meestal tijdelijk. Vooral indien vooraf reeds klachten aanwezig waren van droge ogen, kunnen deze tijdelijk verergeren. Dit kan opgevangen worden door tussen de oogdruppels door extra kunsttranen toe te dienen (altijd enkele minuten wachten tussen verschillende oogdruppels). Indien er toch hechtingen geplaatst zijn bv. omdat de wondjes toch onverwacht niet goed vanzelf sloten, dan kan er wel een zandkorrelgevoel aanwezig blijven gedurende enkele weken.  Deze hechtingen lossen spontaan op binnen enkele weken. Bij ernstige last kunnen de irriterende hechtingen reeds na een week veilig verwijderd worden. Lichtschuwheid is zeldzaam, maar kan opgevangen worden door het dragen van een zonnebril.

Pijn:

is zeer zeldzaam en indien aanwezig meestal draaglijk en snel voorbijgaand. Algemene pijnstillers (vb. paracetamol) mogen ingenomen worden op eigen initiatief van de patiënt. Aspirineachtige pijnstillers worden afgeraden omdat zij de kans op bloeden kunnen verhogen. Indien hevige pijn rond het oog optreedt, die niet overgaat met paracetamol, met name indien het gepaard gaat met misselijkheid en braken, moet een hevige drukstijging in het oog uitgesloten worden.

 

Zijn er risico’s verbonden aan de vitrectomie?

Een operatieve ingreep zonder enig risico bestaat niet in de geneeskunde. Net zoals een verplaatsing met de auto in het verkeer nooit zonder risico’s is. Een voorzichtige chauffeur heeft aantoonbaar minder kans op ongevallen dan een onvoorzichtige of roekeloze chauffeur, maar er kunnen altijd onverwachte omstandigheden verantwoordelijk zijn voor een ongeval met eventuele schade. Een ervaren en voorzichtige chirurg neemt ook alle mogelijke voorzorgen om complicaties te vermijden die tot schade aan het oog kunnen leiden. Bovendien dienen de controles na de ingreep ook om tijdig in te grijpen mochten er zich onverwachte verwikkelingen voordoen, om zo de schade te herstellen of te beperken. Gelukkig is de techniek van de vitrectomie in het verloop van de laatste jaren zeer sterk verbeterd met als gevolg minder risico op complicaties na de ingreep. Zeldzame mogelijke complicaties zijn o.a. bloedingen, afsluiting van een bloedvat (thrombose of infarct), netvliesloslating, glaucoom (oogdrukstijging), infecties (endoftalmie), opticus neuropathie (schade aan de oogzenuw), hypotonie (verlaagde oogdruk).

In elk geval worden voor de ingreep door de netvlieschirurg de risico’s afgewogen tegenover de voordelen van de ingreep.  In vele gevallen is de verwachting dat een bepaalde oogaandoening spontaan verder achteruitgaat als niet ingegrepen wordt en kan de achteruitgang gestopt of zelfs omgebogen worden door een ingreep. Of blijven bepaalde storende klachten bestaan of nemen ze toe zonder een ingreep. Zolang de voordelen van een ingreep niet opwegen tegen de mogelijke (kleine) risico’s zal meestal een afwachtende houding aangenomen worden. Zijn er alternatieven voorhanden voor een operatieve ingreep, dan worden die door de oogchirurg zeker besproken voor de ingreep.

 

Wanneer met spoed contact opnemen?

  • Zoals hierboven vermeld is het normaal dat het gezichtsvermogen tijdelijk gestoord is na een vitrectomie. Een gezichtsvermogen dat langzaam hersteld is na de ingreep en plots terug slechter wordt is niet normaal en is een reden om snel contact op te nemen.
  • Een deel van het beeld dat plots verdwijnt zoals een donker gordijn opzij in beeld kan ook een alarmsymptoom zijn. Dit is niet te verwarren met de donkere schaduw of bol of schijf onderin het beeld die normaal is wanneer er nog een deel van de lucht of het gas in het oog zit. Vooral bij het bukken of voorover zitten wordt die lucht- of gasbel als een bewegende ronde bol gezien die het lezen belet.
  • Pijn die niet overgaat met algemene pijnstillers zoals paracetamol, zeker als die gepaard gaat met hoofdpijn, misselijkheid en braken is niet normaal.

 

Ervaringen van patiënten