Intravitreale injectie


Waarom wordt een intravitreale injectie gegeven?

Uw oogarts heeft u voorgesteld een geneesmiddel toe te dienen door middel van een intravitreale injectie ofwel: een injectie in uw oog. Er zijn meerdere soorten geneesmiddelen op de markt die toegediend kunnen worden, uw oogarts maakt een keuze welk geneesmiddel bij uw aandoening waarschijnlijk het meeste effect heeft. Door het in het oog (in het glasvocht) te injecteren krijgt het geneesmiddel de beste toegang tot de macula (of gele vlek) en blijft het langere tijd (enkele weken tot maanden) aanwezig in het oog.

 

Bij welke ziekten worden intravitreale injecties toegepast?

Intravitreale injecties worden onder andere toegepast bij:

  • Aandoeningen waarbij kleine bloedvaatjes onder de macula groeien zoals bij de zogenaamde “natte” vorm van LMD (leeftijdsgebonden maculadegeneratie) en de myope maculadegeneratie (Fuchs’ spot).
  • Aandoeningen waarbij de bloedvaatjes van het netvlies zelf lekkage vertonen met vochtopstapeling in het netvlies als gevolg. Dit is het geval bij bepaalde vormen van diabetische retinopathie (DRP), verstopping van de aders van het netvlies (of veneuze trombose ofwel van de hoofdader ofwel van een tak) en bij ontsteking van het netvlies.

Het doel van de injecties is om groei van de bloedvaatjes onder de macula te stoppen en om de lekkage van bloedvaatjes onder of in het netvlies te verminderen.

 

Welke geneesmiddelen kunnen door intravitreale injectie toegediend worden?

Anti-VEGF : Avastin / Lucentis / Eylea

Bij bepaalde oogaandoeningen zoals bv. bij natte LMD (leeftijdsgebonden maculadegeneratie) worden er nieuwe bloedvaten gevormd onder het netvlies, mede onder invloed van een groeistof genaamd VEGF (‘vasculaire endotheliale groeifactor’). VEGF stimuleert de bloedvatnieuwvorming en bloedvatlekkage. Het verminderen van de hoeveelheid VEGF zal deze evolutie afremmen en het netvlies doen opdrogen.

Voorbeelden van VEGF-remmers zijn

– Lucentis is sinds 2007 goedgekeurd in België.

– Eylea is sinds 2013 goedgekeurd in België.

Eylea en Lucentis zijn in België reeds erkend in het kader van natte LMD en myope maculadegeneratie, en veneuze trombose en diabetische retinopathie. Hiervoor gelden steeds bepaalde voorwaarden om terugbetaling te krijgen.

Avastin verkreeg geen erkenning in België. Meestal wordt Avastin gebruikt als anti-VEGF behandeling nodig is maar de aandoening niet behoort tot een categorie waarvoor terugbetaling voorzien is. We spreken dan van “off-label” gebruik van een geneesmiddel wat betekent dat het door de producent niet voor die toepassing is geregistreerd terwijl het wel een aantoonbaar goede werking heeft.

Oogartsen mogen het middel gebruiken gebaseerd op resultaten van wetenschappelijke studies, op voorwaarde dat ze het gebruik en de effecten ervan goed registreren. Avastin wordt in de oogheelkunde gebruikt sinds 2005. Inmiddels is wereldwijd bij grote groepen patiënten met verschillende oogaandoeningen een gunstig effect van Avastin aangetoond.

Corticoïden (bv. triamcinolone)

Bij diabetische retinopathie, veneuze trombose of enkele andere aandoeningen kan het zijn dat er een injectie met corticoïden wordt toegediend. Ook hier gaat het om ‘off-label use’.

 

Hoe verloopt de behandeling?

De behandeling zelf vindt plaats in een steriele ruimte onder lokale verdoving. Het oog wordt vooraf ingedruppeld met verdovende druppeltjes. Deze kunnen tijdelijk een prikkend gevoel in uw oog geven.

U neemt vervolgens plaats in de behandelstoel die achterover geplaatst zal worden zodat u in liggende positie komt. Eerst worden het oog, de oogleden en een ruim deel rondom het oog met jodium ontsmet. Vervolgens wordt het hoofd afgedekt met een steriele doek waar u niet mag aankomen. Door een venster in deze doek wordt een klemmetje tussen de oogleden geplaatst om het oog open te houden. Met een passertje markeert de oogarts de plek van de injectie en dit dient tevens als controle of het oog goed verdoofd is. Daarna krijgt u instructies van de arts in welke richting u moet kijken. Dan dient de oogarts de injectie van 0.05 ml geneesmiddel toe. De injectie zult u ervaren als een kleine steek en u kan de injectievloeistof als een wolkje of een vlekje zien inlopen.

De injectie zelf is vergelijkbaar met een bloedafname: u voelt het even maar meer ook niet. Na afloop van de injectie wordt de ooglidspreider verwijderd.

intravitreale injectie

Hieronder een video hoe een injectie in het glasvocht in het echt verloopt (opgelet: niet voor gevoelige kijkers!)

 

Wat zijn de symptomen na de behandeling?

Vaak zal u na de injectie vlokjes waarnemen die meebewegen met de oogbewegingen. Omdat het middel uitzakt naar de bodem van het oog, zullen deze vlekken meestal snel uit het blikveld gaan of verdwijnen.

Bij een injectie met corticoïden zullen er veel meer storende vlekjes aanwezig zijn. Deze kunnen 1 à 2 weken aanwezig zijn.

Door de injectie kan een bloeduitstortinkje op het oogwit ontstaan. Hierdoor wordt het wit van het oog geheel of gedeeltelijk helderrood. Dit is onschuldig en verdwijnt na enkele weken.

Soms is er een storende zwarte bol te zien in het blikveld (meestal onderaan). Dit is een kleine steriele luchtbel die mee wordt ingespoten met het product. Dit zal spontaan verdwijnen na 1 à 2 dagen.

De dag zelf kan uw oog rood zijn en branderig of geïrriteerd aanvoelen. Dit is het gevolg van de verdovende en ontsmettende producten die nodig zijn voor een injectie. In dat geval mag u kunsttranen druppelen zo vaak als nodig.

Aangezien het medicament pas na enkele dagen begint te werken, mag u niet te snel een verandering in het zicht verwachten.

De eerste dagen na de injectie moet u vooral opletten om niet met vuile handen in het oog te wrijven, in het bijzonder na werken in de tuin of na contact met dieren. Ook zwemmen, sauna en contact met leidingwater kan u best vermijden.

 

Bij pijn en/of verminderd zicht is het aangewezen om snel de dienstdoende oogarts te contacteren!

Als u de volgende zaken merkt moet u contact opnemen met het ziekenhuis:

  • u gaat ineens veel slechter zien
  • u krijgt veel pijn aan het oog
  • het oog wordt veel roder dan het was onmiddellijk na de injectie
  • u wordt lichtschuw

Deze symptomen, vooral in combinatie, kunnen duiden op een beginnende infectie met een bacterie. Dit moet snel beoordeeld worden en bij vermoeden van infectie moet dan snel gehandeld worden. Denk niet: ik wacht wel tot na het weekend of: het is nu avond, ik bel morgen wel maar neem direct contact op met het ziekenhuis en vraag naar de dienstdoende oogarts omdat u klachten heeft na een intravitreale injectie.

Een rood oog kan ook voorkomen als de oogarts een bloedvaatje geraakt heeft, dat is verder onschuldig en ook niet pijnlijk. In dat geval is contact opnemen niet nodig.

Complicaties na een injectie zijn gelukkig zeldzaam: minder dan 1 op 1000. Complicaties kunnen desondanks toch optreden en indien vroeg herkend en behandeld kunnen nadelige gevolgen verholpen worden.

 

Vervolgafspraken

De oogarts spreekt de vervolginjecties af aan de hand van schema`s en dit kan soms maandelijks zijn maar ook om de zes weken, om de twee maanden of anders.

 

Hoeveel injecties zullen nodig zijn?

De arts heeft met u besproken dat u behandeld kan worden met intravitreale injecties. In principe wordt in eerste instantie drie keer (één keer per maand) een injectie toegediend, waarna een controle plaatsvindt. Bij deze controle wordt de gezichtsscherpte gemeten en een scan van het netvlies gemaakt (een OCT, Optical Coherence Tomography). Als blijkt dat er verbetering is opgetreden zal het voorstel zijn om nogmaals drie keer een injectie te geven, maar dan om de twee maanden. Na elke drie injecties volgt een controle en zal de verdere behandeling met u worden besproken.