Extern herstel netvlies (cerclage en plombe)


Wat wordt er bedoeld met extern herstel netvlies?

In uitzonderlijke gevallen kan de oogchirurg de voorkeur geven aan een externe benadering van de netvliesloslating. Dit kan het geval zijn om de lens van het oog te sparen. Dit komt doordat de inwendige techniek (de vitrectomie) bij jonge mensen met nog een heldere lens meestal leidt tot een versnelde vertroebeling van die lens (cataract).

Als de uitwendige techniek echter niet het gewenste resultaat heeft, wordt nog altijd achteraf de inwendige techniek (vitrectomie) worden toegepast.

 

 

Hoe verloopt een extern herstel operatie?

Bindvlies openen en oogspieren ‘teugelen’ (stap 1-5):

1. Bindvlies openen: aan de rand van het heldere gedeelte (hoornvlies) en witte gedeelte (sclera of harde oogrok) wordt het bindvlies geopend. Op die manier kan de zijkant van het oog gemakkelijk bereikt worden.

2. Oogspieren ‘teugelen’: met behulp van minuscule touwtjes worden tijdelijk de vier rechte oogspieren (boven, onder, links en rechts) vastgebonden. Door aan de touwtjes te trekken kan de assistent van de chirurg het oog in alle gewenste richtingen draaien. Zo kan de chirurg gemakkelijk in alle vier de kwadranten aan de buitenkant van het oog werken.

3. Gaatjes in het netvlies zoeken: met behulp van een hoofdlamp en een lens gaat de chirurg op zoek naar de gaatjes die de netvliesloslating veroorzaken. Met viltstift of kleine brandplekjes worden tijdelijke merktekens aangebracht aan de buitenkant van het oog, zodat de chirurg later precies weet op welke plaats(en) hij de gaatjes moet behandelen.

4. Cerclageband: er wordt eerst een siliconenbandje (cerclageband) rond het oog gelegd (zie afbeelding) en vastgehecht. Dit bandje snoert het oog een beetje in, waardoor de trekkracht van het glasvocht op het netvlies wordt verminderd. Dit maakt de kans kleiner dat in de toekomst nieuwe scheuren in het netvlies zullen ontstaan. Het bandje en de hechtingen blijven dus permanent zitten.

5. Punctie: vervolgens wordt een opening in de oogbol gemaakt om het vocht onder het netvlies weg te halen.

 

Bevriezing, plombe en injectie (stap 6-10):

6. Cryo (bevriezing): op de plaats van de gaatjes en zwakke plekken in het netvlies wordt de oogbol aan de buitenkant bevroren. Daardoor ontstaat een littekenreactie, zodat het netvlies beter op de onderlaag vast blijft zitten. Dit effect kan ook verkregen worden enkele weken na de operatie, door het netvlies rondom de scheuren met een laser te behandelen.

7. Plombe: ter hoogte van de gaatjes in het netvlies worden één of meerdere sponsjes van siliconenrubber (plombes) gehecht aan de buitenzijde op de oogbol (zie afbeelding). Deze sponsjes duwen de oogwand een beetje naar binnen, waardoor de gaatjes in het netvlies van buiten af worden dichtgedrukt (zie afbeelding). Hierdoor kan er minder vocht vanuit de glasvochtruimte door de gaatjes vloeien en krijgt het pigmentepitheel de kans om het overgebleven vocht achter het netvlies weg te pompen.

8. Lucht- of gasinjectie: om het netvlies bij de gaatjes ook van binnenuit stevig tegen de stukjes siliconenrubber aan te drukken, wordt er vaak wat lucht of een gasmengsel in de oogbol gespoten.

9. Oogbindvlies hechten: met hechtingen die binnen enkele weken oplossen, wordt het bindvlies opnieuw op zijn oorspronkelijke plaats gehecht.

10. Injectie: vaak wordt onder het bindvlies een injectie gegeven met antibiotica en andere ontstekingswerende middelen om de kans op ontsteking na de operatie te verminderen.

 

Welke voorwaarden zijn er voor een hoog slagingspercentage?

De techniek geeft gedurende de eerste weken na de ingreep meer last dan na een vitrectomie omdat in tegenstelling tot deze laatste techniek het oogbindvlies geopend wordt en daarna terug gehecht. Deze hechtingen lossen spontaan op maar geven toch vaak wat irritatie (zandkorrelgevoel) gedurende de eerste weken.

Wil deze techniek een goede kans van slagen hebben, dan moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden:

  1. De chirurg moet de gaatjes in het netvlies die de netvliesloslating veroorzaken, goed kunnen zien. Soms zit er bijvoorbeeld veel bloed in het oog (als er ook een bloedvaatje gescheurd is). Soms is het kapsel waarin de kunstlens zit na cataractchirurgie deels troebel geworden. In deze gevallen kan het zicht van het netvlies gestoord zijn. Dan moeten de gaatjes van binnenuit (door vitrectomie) opgespoord worden.
  2. De gaatjes in het netvlies mogen niet te groot of te talrijk zijn. Ook mogen ze niet te ver naar achter in het oog liggen om via de buitenzijde behandeld te kunnen worden.
  3. Het netvlies moet nog voldoende soepel zijn. Indien de netvliesloslating reeds lang bestaat, kan het netvlies door vorming van bindweefsel verstijfd zijn. In dat geval kan het netvlies alleen terug op zijn plaats gezet worden door het bindweefsel te verwijderen. Dit kan via de inwendige techniek van vitrectomie.