Netvliesloslating


Bij een netvliesloslating zit het netvlies niet meer op zijn normale plaats aan de binnenkant van de oogbol. Het deel van het netvlies dat verplaatst is, werkt hierdoor niet meer goed, omdat de staafjes en kegeltjes, waaruit het netvlies bestaat, niet meer kunnen functioneren. Netvliesloslating is een ernstige aandoening die tot blindheid leidt, wanneer zij niet behandeld wordt. Met de huidige operatietechnieken kan het netvlies echter in vrijwel alle gevallen worden teruggezet op zijn normale plaats.

 

Wat zijn de oorzaken van een netvliesloslating?

Normaal gesproken zit het netvlies stevig vast aan zijn onderlagen: het pigmentepitheel en het vaatvlies. Als er door een aandoening een laagje vocht of bloed tussen het netvlies en zijn onderlagen terechtkomt, zal het losraken en niet goed meer goed functioneren. Dit komt doordat de lichtgevoelige staafjes en kegeltjes in het netvlies voor hun voeding en werking afhankelijk zijn van de onderliggende lagen. Op de plek waar het vlies los zit, ontstaat een donkere waas in het beeld. Vergelijkbaar met de afdrukken van een filmrolletje dat niet goed in het toestel heeft gezeten.

Bij tijdig ingrijpen, waarbij het netvlies weer op zijn plek komt te liggen, kan de werking grotendeels worden hersteld. Dit is helaas niet het geval als de gele vlek, het centrum van het netvlies recht tegenover de lens, is losgekomen.

Aan een netvliesloslating gaat bijna altijd een glasvochtloslating vooraf. Een glasvochtloslating ontstaat door inkrimping van de geleiachtige substantie binnenin het oog. Dit is een natuurlijk proces, dat bij iedereen kan optreden. Meestal verloopt het terugtrekken van het glasvocht zonder problemen. Behalve wanneer er aangeboren zwakke plekken in het netvlies zitten. Of als er plaatsen zijn waar het glasvocht ongewoon sterk aan het netvlies is gehecht. Het netvlies is immers een dun en gevoelig weefsellaagje. Als het glasvocht eraan trekt, kan er een gaatje of een scheurtje in dit dunne vliesje komen. Hierdoor kan er vloeibaar glasvocht in de ruimte achter het netvlies komen.

Normaal gesproken lossen de cellen uit het pigmentepitheel dit probleem op. Deze cellen die in een laagje onder het netvlies liggen, beschikken namelijk over een soort pompje dat kleine hoeveelheden vocht kan wegpompen. Als er echter door bijvoorbeeld een gaatje in het netvlies, meer vocht vloeit dan het pigmentepitheel kan verwerken, komt het netvlies los van zijn onderliggende lagen.

 

Evolutie van een netvliesloslating

Het netvlies zal eerst loslaten in de buurt van het gaatje of scheurtje. Maar net zoals bij behangpapier dat van de muur loskomt, het gevaar bestaat dat geleidelijk aan steeds grotere stukken losweken, gebeurt dit ook met het netvlies.

De snelheid waarmee de netvliesloslating zich uitbreidt varieert, en hangt af van de grootte en van het aantal gaatjes of scheurtjes.

Komt het vlies los aan de bovenkant van het oog, dan zal door de werking van de zwaartekracht (bij staan of zitten) het vocht sneller meer netvlies meetrekken, dan bij een scheur aan de onderkant. In het eerste geval (netvliesloslating bovenin) is het ‘t beste om zoveel mogelijk plat te blijven liggen, in afwachting van de operatie. Wanneer er netvlies losligt aan de linker- of rechterkant van het oog, kan uitbreiding tijdelijk voorkomen worden door op de respectievelijk linker- of rechterzij te blijven liggen.

 

Wat zijn de verschijnselen bij een netvliesloslating?

Er is verschil tussen klachten die veroorzaakt worden door de glasvochtloslating die aan de netvliesloslating voorafgaat, en klachten die rechtstreeks het gevolg zijn van de netvliesloslating.

Klachten na een glasvochtloslating:

  • bewegende vlekjes en lichtflitsen (niet altijd!)

Klachten na een netvliesloslating:

  • een donkere vlek of waas aan de zijkant van het oog (dode hoek)

Aangezien het netvlies te vergelijken is met een filmpje in een fototoestel, heeft een netvliesloslating hetzelfde effect als een rolletje dat niet goed in het toestel zit. De stukjes film die niet goed liggen, kunnen geen scherp beeld ontvangen en zullen als wazige of zwarte vlek worden afgedrukt. In de eerste fase, als er nog maar een klein stukje netvlies losligt, ziet de patiënt meestal opzij in het gezichtsveld (links, rechts, boven of onder) een zwarte vlek of een donkere waas. Een netvliesloslating begint immers meestal aan de zijkant. Maar naarmate het loslaten uitbreidt, wordt de zwarte vlek groter en komt naar het midden van het gezichtsveld. Een gezichtsuitval die van boven naar beneden toe groter wordt, zal doen denken aan een donker gordijn dat steeds verder zakt. Omgekeerd lijkt het net een donkere berg die hoger wordt.

  • wazig zien

Zolang de gele vlek nog op zijn plaats ligt, kan de patiënt scherp zien. Is deze echter ook losgeraakt, dan zal de patiënt alleen nog maar wazig zien.

 

Geen pijn!

Bij een netvliesloslating ontstaat geen pijn. Patiënten wachten om deze reden wel eens te lang, voor ze contact met hun arts opnemen.

 

Hoe wordt de diagnose van een netvliesloslating gesteld?

Een netvliesloslating wordt door de oogarts vastgesteld na het uitvoeren van de volgende onderzoeken:

– onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visustest): De oogarts kan een eenvoudige test van het gezichtsveld uitvoeren. Dit doet hij door met de hand te zwaaien in vier vlakken (links en rechts, telkens boven en onder). De patiënt blijft ondertussen recht vooruit kijken. De oogarts vraagt de patiënt vervolgens of deze zijn handbeweging ziet.

oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek): Via oogspiegelonderzoek kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken.

 

Behandeling van een netvliesloslating

Als er een scheur in het netvlies gevonden wordt, maar het vlies nog niet losligt, kan een laserbehandeling dit voorkomen.

Als het netvlies losligt, is een operatie nodig. Om het netvlies terug op zijn plaats te krijgen en om blindheid te voorkomen. Als de gele vlek (macula) nog aanliggend is of kortgeleden is losgekomen, dan is het ook zaak om zo snel mogelijk te opereren. Bij een netvliesloslating moet het netvlies worden teruggezet op zijn onderlaag. Er zijn twee soorten operaties om dit doel te bereiken: een uitwendige operatie (cerclage, plombe) of een inwendige operatie (vitrectomie). Deze laatste techniek is de laatste jaren zo sterk geëvolueerd en veiliger geworden dat het in de meeste gevallen de voorkeur geniet.

 

Herstel na een operatie

Het herstel na de operatie kan weken tot maanden duren. Herstel is nog mogelijk tot ongeveer een jaar na de operatie. Het zogenaamde perifeer zicht ofwel het gezichtsveld, komt het eerst terug. Het zal nagenoeg volledig herstellen. Het perifeer zicht is nodig om nergens tegenop te botsen en om dingen en personen in de omgeving te zien. Als er al afwijkingen aan het gezichtsveld waren, vóór het ontstaan van de netvliesloslating (bijvoorbeeld door glaucoom of retinoschisis), dan keert het gezichtsveld in het beste geval terug naar de situatie zoals die was voor de netvliesloslating.

Het zogenaamde centraal zicht ofwel detail of scherp zien, komt in 90 procent van de gevallen terug tot op het oude niveau, eventueel na het aanpassen van de bril. Zolang de gele vlek tenminste niet heeft losgelaten! Was dit wel het geval, dan kan het gezichtsvermogen nog wel herstellen maar vaak pas na langere tijd en meestal ook niet meer volledig ook niet na het aanpassen van de bril. Bovendien hebben patiënten vaak langere tijd last van een vervormd beeld.

 

Risicofactoren voor een netvliesloslating

Iedereen kan een netvliesloslating krijgen, maar gelukkig komt het niet vaak voor. Gemiddeld treedt jaarlijks bij 1 op de 10.000 mensen een netvliesloslating op. De kans op loslating neemt toe bij het ouder worden en is zeer zeldzaam bij kinderen.

Een verhoogd risico hebben mensen die:
– bijziend zijn (vooral bij hogere sterktes zoals -8 dioptrie of meer)
– familieleden met een netvliesloslating hebben
– een staaroperatie hebben ondergaan. Zeker als tijdens deze ingreep een scheur in het achterste lenskapsel is ontstaan en er glasvocht is weggevloeid.
– een flinke klap tegen hun hoofd of oog hebben gehad.
– aan het andere oog een netvliesloslating hebben gehad.

 

Het andere oog

De kans dat er in het andere oog ook een netvliesloslating ontstaat, hangt af van een aantal risicofactoren. Zoals de mate van bijziendheid, of het in de familie voorkomt, het type netvliesloslating in het eerste oog en de voorgeschiedenis aan complicaties in het andere oog.

De kans op het ontstaan van netvliesloslating in het andere oog ligt gemiddeld tussen de 5 en 10 procent. Gelukkig herkent de patiënt die tot die categorie behoort, sneller de ziekteverschijnselen. Hij zal dan ook sneller een arts raadplegen met doorgaans betere resultaten na een operatie.

 

Voorzorgsmaatregelen

Soms worden er bij onderzoek van het andere oog zwakke plekjes of gaatjes in het netvlies ontdekt, hoewel er geen klachten zijn. Deze plekjes of gaatjes kunnen dan eventueel met laser worden behandeld. Dit geeft echter geen honderd procent bescherming tegen een netvliesloslating. Er kunnen namelijk  altijd nieuwe gaatjes ontstaan.

Voedingsadviezen of leefregels waarvan is aangetoond dat ze de kans op een netvliesloslating verminderen, zijn er niet. Behalve natuurlijk het vermijden van een klap op het oog!