Maculadegeneratie


Wat is leeftijdsgebonden maculadegeneratie?

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie wordt veroorzaakt door een verouderingsproces van de macula (gele vlek). Dit is het centrum van het netvlies. Het centrale zien wordt hierdoor aangetast. Het gebrek aan gezichtsscherpte uit zich in een beeldvervorming, zoals het waarnemen van een onduidelijke wazige vlek in het gezichtsveld.

 

Hoe ontstaat leeftijdsgebonden maculadegeneratie?

Aan het buitenoppervlak van het netvlies bevinden zich kegeltjes en staafjes. Dit zijn zintuigcellen die reageren op lichtprikkels.. Zo veroorzaken ze chemische reacties. Tijdens deze reacties worden schadelijke stoffen (zoals vrije zuurstofradicalen) gevormd. Deze stoffen kunnen op langere termijn schade aanrichten aan het netvlies en aan het pigmentepitheel op de buitenzijde van het netvlies.

 

Wat zijn de verschillende vormen van leeftijdsgebonden maculadegeneratie?

Bij oogonderzoek kan de oogarts een onderscheid maken tussen drie vormen van maculadegeneratie:

  1. Beginnende maculadegeneratie: hierbij bestaan nog weinig of geen klachten maar kan de oogarts al wel afwijkingen vaststellen.
  2. Droge maculadegeneratie: dit kan ontstaan wanneer het pigmentepitheel in de macula dunner wordt en verslijt.
  3. Natte maculadegeneratie: hierbij groeien nieuwe bloedvaatjes onder het netvlies.

 

Wat zijn de klachten bij maculadegeneratie?

In de beginfase van de aandoening zijn er nog weinig of geen klachten. De afwijkingen worden dan meestal bij toeval ontdekt bij een oogcontrole. Soms bestaan er klachten die gedeeltelijk te wijten zijn aan staar. Dit is ook een aandoening die vaak op oudere leeftijd voorkomt.

In een verder gevorderd stadium kunnen de klachten in twee hoofdcategorieën onderverdeeld worden:

Klachten van een wazige vlek of verminderd zien

Op de plek waar men de blik op richt wordt een wazige, doffe of donkere vlek waargenomen. De vlek reist voortdurend met de blik mee. Zo is het niet mogelijk is om naast de vlek te kijken. Overal waar men de blik op richt is het beeld minder gedetailleerd dan het zou moeten zijn. Bij het zien van mensen worden stukken van gezichten gemist. Dit kan zeer frustrerend zijn omdat mensen ten onrechte de indruk kunnen krijgen dat ze moedwillig “voorbijgelopen” worden. Ook bij het lezen kunnen letters van een woord lijken te ontbreken. Het wazig zien kan niet met een normale bril verholpen worden.

Het zogeheten perifere zien (zijzicht) blijft meestal intact. Zo blijft men in staat om de weg in huis en daarbuiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men de scherpte.

Klachten van vervormd zien

Soms is vervorming van het beeld het eerste dat men merkt. Lijnen lopen niet meer recht, maar hebben bijvoorbeeld een vreemde kronkel. Men ziet bijvoorbeeld een deuk of een hobbel in een deurstijl of lantaarnpaal. Of men ziet “verwrongen” gezichten. In een verder gevorderd stadium ziet men de wereld als in een soort lachspiegel.

Roodheid, irritatie en pijn van de ogen horen niet bij maculadegeneratie. Van buiten is er dus niets abnormaals aan de ogen te zien. Wel kan inspanning van de ogen, bijvoorbeeld om te lezen, televisie of op een beeldscherm te kijken sneller leiden tot vermoeidheid van de ogen.

 

Hoe verloopt de maculadegeneratie?

In de meeste gevallen verloopt het degeneratieproces langzaam. Mede hierdoor is het moeilijk om aan te geven wanneer het proces begonnen is. Dit geldt met name bij de droge vorm van maculadegeneratie.

Soms gaat het proces tamelijk snel. Vooral wanneer het begint met vervorming van het beeld. Deze snelle achteruitgang van het gezichtsvermogen treedt vaak op bij de natte vorm van maculadegeneratie.

Het degeneratieproces blijft vrijwel altijd beperkt tot de gele vlek. De rest van het netvlies blijft zijn functie behouden. In enkele gevallen is er ook uitbreiding buiten de gele vlek, maar ook dan is complete blindheid zelden het resultaat. Ook iemand met een vergevorderde maculadegeneratie kan bijna altijd personen blijven zien. Echter de fijne details die nodig zijn om mensen te herkennen worden gemist.

 

Bestaat de kans dat ook het andere oog aangetast wordt?

Meestal treedt het proces van maculadegeneratie niet aan beide ogen tegelijk op. Dat betekent dat er nog lange tijd een goed gezichtsvermogen kan zijn. Wanneer het gezichtsvermogen wel achteruitgaat in beide ogen worden dagelijkse dingen die voorheen vanzelfsprekend waren, zoals lezen, televisiekijken en autorijden, steeds moeilijker.

 

Hoe wordt leeftijdsgebonden maculadegeneratie vastgesteld?

Maculadegeneratie wordt door de oogarts vastgesteld na het verrichten van bepaalde onderzoeken:

  1. Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visustest).
  2. Onderzoek van de gezichtsscherpte dichtbij (leesvisus meten): de leesvisus gaat soms meer achteruit dan de visus op afstand.
  3. Het onderzoeken van de beeldvervorming (Amsler test) kan nuttig zijn om beginnende maculadegeneratie op te sporen.
  4. Met een oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek) kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. En meer specifiek, het centrum ervan, de macula.
  5. De beste methode om een maculadegeneratie in beeld te brengen is de OCT (optical coherence tomography). Dit is een apparaat dat de macula (gele vlek) scant en alle laagjes ervan in beeld brengt.

 

Beginnende maculadegeneratie: de oogarts ziet bij het oogfundusonderzoek kleine witgele plekjes (zogeheten drusen) in de macula en een ongelijke verdeling van het pigment in het pigmentepitheel (zogeheten pigmentepitheelalteraties).

Droge maculadegeneratie: vooral de afwezigheid van pigment in het pigmentepitheel in de macula valt op.

Natte vorm van maculadegeneratie: de oogarts kan meestal vocht, vetophopingen of bloed in de macula zien, afkomstig van kleine bloedvatenkluwentjes (zogeheten neovascularisaties) onder het netvlies.

Indien de oogarts bloedvatenkluwentjes onder het netvlies vermoedt of dit juist met zekerheid wil uitsluiten, zal hij/zij een fluorescentie of ICG-angiogram aanvragen. Er zijn drie verschillende typen bloedvatenkluwentjes te onderscheiden. Dit onderscheid is van belang bij de keuze van de meest geschikte behandeling.

  1. Klassieke subretinale neovascularisatie: hierbij zijn de bloedvaatjes duidelijk begrensd.
  2. Occulte subretinale neovascularisatie: hierbij is het moeilijk om de grenzen van de bloedvaatjes aan te geven.
  3. Een mengvorm klassiek/occult: hierbij zijn de bloedvaatjes maar gedeeltelijk duidelijk begrensd.

 

Kan leeftijdsgebonden maculadegeneratie behandeld worden?

Gelukkig is er de laatste jaren veel vooruitgang geboekt in de behandeling van maculadegeneratie. Desondanks kan er toch onomkeerbare schade aan het netvlies ontstaan. Dit komt doordat het netvlies, net als de hersenen en het ruggenmerg, niet het vermogen heeft zichzelf te herstellen wanneer het eenmaal beschadigd is.

Nog vóór het netvlies zelf onherstelbaar beschadigd raakt, wordt het laagje aan de buitenkant ervan, het pigmentepitheel, aangetast. De behandelingen die in de nabije toekomst verder ontwikkeld worden, richten zich daarom vooral op het instandhouden, herstellen of verbeteren van de functie van dit pigmentepitheel.

 

Waaruit bestaan de behandelingsmogelijkheden bij leeftijdsgebonden maculadegeneratie?

De behandeling is afhankelijk van de fase en het soort maculadegeneratie:

  • Beginnende maculadegeneratie zonder klachten: de behandeling is meestal preventief en bestaat uit gezonde voeding (met veel groene groenten), stoppen met roken en specifieke voedingssupplementen.
  • Natte (exsudatieve) maculadegeneratie: de behandeling bestaat meestal uit intravitreale injecties. In zeldzame gevallen is chirurgie (vitrectomie) nodig, zoals bij uitgebreide bloedingen onder het netvlies of in het glasvocht.
  • Droge (atrofische) maculadegeneratie: jammer genoeg zijn er nog geen behandelingen voor de droge vorm van maculadegeneratie.

 

Kan voeding helpen als bescherming tegen maculadegeneratie?

Voeding zou het ontstaan van maculadegeneratie kunnen beïnvloeden. Een klein maar groeiend aantal onderzoeken lijkt hierop te wijzen. Een aangepast dieet zou mogelijk kunnen helpen om de aandoening te voorkomen of het ontstaan ervan te vertragen.

De macula is hoogstwaarschijnlijk erg gevoelig voor beschadiging door elektrisch geladen zuurstofmoleculen, de zogenaamde vrije radicalen. De schadelijke effecten van deze moleculen worden tegengegaan door bepaalde stoffen, de zogenoemde antioxidanten. Een gebrek aan deze stoffen in de voeding kan dus maculadegeneratie bevorderen.

De laatste jaren werd vooral de rol van een bepaalde groep van antioxidanten onderzocht: de zogenaamde carotenoïden. Twee van deze carotenoïden, luteïne en zeaxanthine, komen in de macula voor en zouden een beschermende rol hebben tegen het ontstaan van maculadegeneratie. Deze stoffen komen met name voor in volgende groenten: rauwe peen, boerenkool, spruiten, spinazie, maïs, broccoli, erwten, tuinbonen, tomaten en bladsla.

Intussen kan men als voedingsadvies geven: per dag minstens één portie groenten met een hoog gehalte aan luteïne en zeaxanthine, of speciale vitaminesupplementen aangevuld met deze stoffen.

 

Wat gebeurt er als geen behandeling meer mogelijk is?

Veel mensen met vergevorderde maculadegeneratie maken eerst een soort rouwproces door waarbij men de slechtziendheid ontkent of men zich niet bij het verlies van gezichtsvermogen kan neerleggen.

In een volgende fase, waarbij steun van de omgeving zeer belangrijk is, gaat men vaak beseffen dat de wereld niet helemaal hoeft in te storten. Belangrijk is te beseffen dat maculadegeneratie slechtziendheid tot gevolg heeft, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot blindheid leidt. Wanneer de diagnose gesteld is en de oogarts geen behandelingsmogelijkheden meer heeft, is het van belang om alle beschikbare hulp in te schakelen. Zonodig kunnen familieleden hierbij het initiatief nemen.

Eén aspect van de hulpverlening legt zich toe op de visuele hulpmiddelen. Dit houdt in dat een deskundige op dit gebied (een low-vision specialist) gaat uitzoeken in hoeverre het resterende gezichtsvermogen met optische middelen optimaal gebruikt kan worden. Zo kunnen een aantal dagelijkse activiteiten, zoals televisiekijken of lezen, vergemakkelijkt of opnieuw mogelijk gemaakt worden. Hulpmiddelen zijn echter geen vervanging zijn van normale middelen, zoals een leesbril. Een visueel hulpmiddel kan helpen om nog wat te lezen maar niet om het ene na het andere boek te verslinden.

Een ander belangrijk aspect van hulpverlening is het geven van informatie en advies over alle gevolgen van slechtziendheid. Raadgeving over hoe het resterende gezichtsvermogen optimaal benut kan worden om zo goed mogelijk te functioneren binnenshuis en buitenshuis, kan de kwaliteit van het leven sterk verhogen. Vaak kunnen gerichte adviezen, kleine aanpassingen aan de omgeving en andere hulpmiddelen, een aantal dagelijkse handelingen vereenvoudigen en zelfs hobby’s en reizen opnieuw mogelijk maken.