Cataract


Staar of cataract wordt ook wel grijze staar of grauwe staar genoemd. Hierbij is de lens troebel, waardoor u slechter ziet.

Een staaroperatie is de meest verrichte operatie met het hoogst bekende succespercentage, maar nooit geheel zonder risico. Met de huidige operatietechniek is het herstel van deze operatie over het algemeen vlot.

 

Oorzaken van staar

Naarmate wij ouder worden, wordt de lens minder helder. Dit kan gebeuren doordat een deel van de eiwitten waaruit de lens bestaat, samenklonteren. Dit kan gedeelten van de lens troebel maken en de lichtinval via de lens belemmeren. Alles lijkt waziger en grauwer van kleur. Dit is staar of cataract.

Bij sommigen gebeurt dit al voor het 65ste jaar, bij anderen later en bij enkelen vrijwel niet.

 

Verschillende soorten staar

Ouderdomsstaar: de meest voorkomende vorm van staar en gerelateerd aan leeftijd. Naarmate wij ouder worden, wordt de lens minder helder.

Aangeboren staar: manifesteert zich tijdens de eerste levensjaren. De oorzaak is een ontwikkelingsstoornis van de vrucht tijdens de zwangerschap door:

  • een genetische afwijking van de vrucht
  • een infectie van de moeder (bijvoorbeeld rode hond of toxoplasmose)
  • of het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals steroïden) tijdens de zwangerschap.

Verworven of secundaire staar: kan op alle leeftijden voorkomen. Het kan worden veroorzaakt door:

  • oogaandoeningen zoals ontstekingen van het oog
  • suikerziekte (diabetes)
  • bepaalde medicijnen (zoals steroïden)
  • oogletsels (een scherpe verwonding of een harde klap op het oog)
  • oogoperaties (bijvoorbeeld een vitrectomie) kunnen – onmiddellijk of soms jaren later – tot staar leiden
  • overmatige blootstelling aan UV-licht.

 

Verschijnselen

Staar ontstaat langzaam. Klachten zullen dus geleidelijk optreden. De meest voorkomende verschijnselen zijn:

Wazig zien:

alsof u door matglas kijkt. Scherp zien wordt steeds moeilijker; zowel op afstand (televisie kijken, gezichten herkennen) als dichtbij (lezen, naaien).

Last van tegenlicht of zijlicht:

een verblindend effect is dikwijls de eerste klacht. Dit blijkt vooral hinderlijk bij het autorijden. Een zonnebril helpt doorgaans niet. Wel helpt het afschermen van licht door een hand of een klep.

Slechter zien in het donker:

de troebele lens houdt licht tegen. Een sterkere lamp bij het lezen kan in het beginstadium van staar helpen. Ook autorijden in het donker wordt lastiger.

Kleuren lijken vervaagd:

de omgeving lijkt grauwer en minder kleurrijk. Meestal wordt u zich pas bewust van het verschil als de staar is weggenomen.

Dubbel zien:

door onregelmatige lichtbreking in de troebele lens kunnen meerdere beelden ontstaan.

Sterkte van brillenglas of lens moet aangepast worden:

zien in de verte wordt lastiger. Waarschijnlijk heeft u hiervoor een (andere) bril nodig.
Soms is uw zicht van dichtbij tijdelijk verbeterd. Dit komt omdat de aangetaste lens boller wordt. Maar het voordeel daarvan verdwijnt weer omdat de lens behalve boller, ook troebeler wordt.

Pijn en plotseling slecht zien horen niet bij staar. In deze beide gevallen moet u dringend de oogarts raadplegen.

 

Diagnose

Met bepaalde onderzoeken stelt de oogarts cataract vast:

  • Meting van de gezichtsscherpte op afstand (visus meten).
  • Meting van de gezichtsscherpte dichtbij (leesvisus meten):  de leesvisus kan soms nog vrij goed blijven bij staar.
  • Spleetlamp : in geval van staar constateert de oogarts een troebele lens. Tijdens dit onderzoek controleert de oogarts het voorste deel van het oog ook op andere afwijkingen, die het resultaat van de staaroperatie kunnen beïnvloeden (zoals afwijkingen aan het hoornvlies).
  • Oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek ): hiermee kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken. Indien het centrum van het netvlies (de macula) is aangetast, bijvoorbeeld door ouderdom (maculadegeneratie), zal het resultaat van een staaroperatie beperkt zijn. Het is als fotograferen met een beschadigde of overbelichte film; zelfs de beste camera zal dan foto’s van matige kwaliteit opleveren.

Als na dit onderzoek besloten wordt om te opereren, volgt er nog een meting om de sterkte van de kunstlens te berekenen: de biometrie van het oog.

 

Behandeling

In het beginstadium van staar kunt u uw gezichtsscherpte verbeteren met een bril, vergrootglas of extra verlichting. Deze maatregelen helpen slechts tijdelijk. Er bestaan tot nu toe geen medicijnen of vitaminen tegen staar.
Een operatie om de troebele lens te vervangen door een kunstlens, is de enige effectieve behandeling.

Deze ingreep wordt phaco-emulsificatie van de lens of kortweg “phaco” genoemd.  Een lens bestaat uit een zakje, het lenskapsel dat aan de wand van het oog vastzit door middel van heel dunne vezeltjes (de zonulae). Eerst wordt een sneetje van 2mm aan de rand van de cornea (het hoornvlies) gemaakt. Via deze opening  brengt de oogarts een sonde in. Deze vergruist de inhoud van de ooglens door middel van ultrasone trillingen. De inhoud wordt via een dun slangetje weggezogen. Er blijft dan een leeg lenszakje over, waar de oogchirurg direct een kunstlens in terugplaatst. Om de snede zo klein mogelijk te houden wordt de kunstlens in geplooide vorm in het oog ingebracht. Eenmaal in het oog ontvouwt de kunstlens zich in het lenszakje. De insnede is zo klein, dat een hechting meestal niet nodig is.