Glasvochtbloeding


Glasvochtbloeding is een bloeding in het glasvocht of het glasachtig lichaam van het oog. Het glasachtig lichaam is de geleiachtige substantie achter de ooglens waarmee het oog grotendeels is gevuld. Een glasvochtbloeding is een acute aandoening. Dit leidt tot een donkere waas in het beeld en kan talrijke oorzaken hebben. De behandeling is vooral gericht op het bestrijden van de onderliggende oorzaak. Het bloed wordt als dat nodig is operatief verwijderd (vitrectomie).

 

 

 

Ontstaan van glasvochtbloeding

Het glasachtig lichaam wordt begrensd door het netvlies en het vaatvlies. Deze bevatten veel bloedvaten. Wanneer daar een bloeding ontstaat, is de kans dan ook groot dat er bloed doorsijpelt. Het glasvocht vangt dit dan op. Normaal laat het heldere glasvocht ongehinderd licht door naar het netvlies. Bij een glasvochtbloeding wordt het licht tegengehouden door het aanwezige bloed. Hierdoor zie je donkere bewegende schaduwen of is het beeld helemaal donker.

 

Oorzaken

Een glasvochtbloeding kan allerlei oorzaken hebben. Hieronder volgen enkele van die oorzaken.

1. nieuwgevormde bloedvaten op het netvlies of op de papil (oogzenuw)

Door een aandoening van de bloedvaten kan er ernstig zuurstofgebrek ontstaan in het netvlies. Als reactie hierop kan er een wildgroei van nieuwe bloedvaatjes ontstaan. Deze bloedvaatjes zijn erg broos en bloeden snel. De meest voorkomende oorzaken hiervan zijn:

  • vaatocclusies (venetakocclusie, venestamocclusie, arterietakocclusie, arteriestamocclusie)
  • diabetische retinopathie
  • ziekte van Eales
  • bestraling van het netvlies
  • ontsteking: retinale vasculitis, pars planitis

2. nieuwgevormde bloedvaten onder het netvlies (meestal onder de macula)

Bij een aantal aandoeningen ter hoogte van het pigmentepitheel en het vaatvlies, kunnen kleine kluwen van bloedvaten onder het netvlies groeien. Deze hebben de neiging tot bloeden. De bloeding blijft meestal beperkt tot onder het netvlies. Echter kan de bloeding in uitzonderlijke gevallen door het netvlies breken en een glasvochtbloeding veroorzaken. Bijvoorbeeld bij gebruik van bloedverdunners. De meest voorkomende oorzaken zijn: leeftijdsgebonden maculadegeneratie, hoge bijziendheid (myopia gravior), presumed ocular histoplasmosis (POHS), angioide strepen, choroïdale ruptuur.

 3. een scheurtje in het netvlies

Bij een zogenaamde glasvochtloslating kan een stukje netvlies scheuren. Hierdoor kan een bloedvat dat het gescheurde netvlies overbrugt, meescheuren.

4.  een scheurtje in een bloedvat

Ook als het netvlies niet scheurt, kan er op het moment van een glasvochtloslating een scheurtje in een bloedvat ontstaan.

5. abnormale vaatstructuren, zoals bijvoorbeeld macro-aneurysma

Dit is een uitstulping in een kleine slagader in het netvlies en komt vooral voor bij hoge bloeddruk. Deze uitstulping kan barsten en een bloeding in het netvlies veroorzaken, maar ook in het glasvocht. Ook aangeboren abnormale vaten of vaatlussen kunnen glasvochtbloedingen veroorzaken.

6. een hersenbloeding tussen de hersenvliezen en het hersenweefsel (subarachnoïdale bloeding)

Dit wordt het syndroom van Terson genoemd. Het bloed in het oog is hierbij waarschijnlijk niet afkomstig van het bloederige hersenvocht, maar van bloedvaatjes in het oog zelf.

De plotselinge stijging van de druk in de hersenen wordt waarschijnlijk via de oogzenuw  overgebracht naar het oog. Hierdoor wordt de uitstroom van het bloed belemmerd waardoor adertjes barsten en een bloeding in het glasvocht veroorzaken.

7. sikkelcel anemie

8. een trauma

Door een stomp of letsel door een scherp voorwerp kunnen bloedvaten van het netvlies, het regenboogvlies en het vaatvlies beschadigen en gaan bloeden. Glasvochtbloeding is hiervan het gevolg.

9. oogtumoren of vaatgezwelletjes

Deze kunnen sterk ontwikkelde bloedvaten hebben.

 

Verloop

De meeste glasvochtbloedingen verdwijnen na verloop van tijd, afhankelijk van de ernst van de bloeding. Het glasvocht heeft immers de capaciteit om bloed, dat vanzelf wordt afgebroken, op te ruimen.

Maar als de bloeding te hevig is, lukt dit niet meer en blijft het glasvocht vol bloed. Als de oorzaak van de bloeding niet wordt opgelost, kan er een nieuwe bloeding ontstaan, nog voor de oude is opgeruimd.

 

Schade

Meestal is de aanwezigheid van bloed in het glasvocht niet erg schadelijk voor het oog. Het grootste gevaar van een glasvochtbloeding is dan ook niet de bloeding zelf, maar de onderliggende ziekte. Deze kan door het bloed in het oog onopgemerkt blijven en/of niet adequaat behandeld worden. Zo kan de onderliggende ziekte zich verder ontwikkelen of zelfs door het bloed aangewakkerd worden. Zoals  littekenvorming bij een netvliesloslating bijvoorbeeld.

Een ernstige en langdurige glasvochtbloeding kan in uitzonderlijke gevallen echter schadelijk zijn voor het oog. IJzer dat vrijkomt bij de afbraak van grote hoeveelheden bloed kan immers giftig zijn voor het netvlies.

Ook zijn er vormen van glaucoom beschreven bij een langdurige of ernstige glasvochtbloeding. Bijvoorbeeld wanneer rode bloedcellen of afbraakproducten van rode bloedcellen de afvoerkanalen van het oog verstoppen (ghost cell glaucoom, hemolytisch glaucoom) of de cellen van het afvoersysteem beschadigen (hemosiderotisch glaucoom). Wanneer ook in het voorste oogsegment een ernstige bloeding aanwezig is (totaal hyphema) dan is de kans op glaucoom nog veel groter.

 

Verschijnselen

De klachten beginnen meestal plotseling. Bij een beginnende, lichte of herstellende glasvochtbloeding worden de bloedslierten als bewegende schaduwen op het netvlies geprojecteerd. Daartussenin zijn dan nog wel vormen en kleuren zichtbaar.

Bovendien kan bij een ernstige glasvochtbloeding kan het zicht bijna helemaal wegvallen: de bloeding is dan zo hevig dat het licht het netvlies niet meer bereikt.

 

Diagnose

Een glasvochtbloeding wordt door de oogarts vastgesteld na het uitvoeren van de volgende onderzoeken:

 

1. onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visus meten)

Bij een ernstige bloeding met heel slecht zicht in het oog, kan de oogarts een eenvoudige test van het gezichtsveld uitvoeren. Dit doet hij door met de hand te zwaaien in vier vlakken (links en rechts, telkens boven en onder). De patiënt blijft ondertussen gewoon vooruit kijken. De oogarts vraagt de patiënt steeds of deze zijn handbeweging ziet. Is dit niet het geval, dan kan hij licht in de vlakken schijnen en vragen of de patiënt ziet waar het licht vandaan komt. Is het gezichtsveld (bij handen zwaaien of licht schijnen) bijna volledig verdwenen, dan is de kans groot dat er achter de bloeding een ernstig probleem schuilt.

2. spleetlamponderzoek

Met een zogenaamde spleetlamp kan de oogarts het oog tot achter de lens en zo het voorste deel van het glasvocht gedetailleerd bekijken.

3. oogspiegelonderzoek

Via oogspiegelonderzoek verwijdt de oogarts de pupil met oogdruppels. Zo kan het glasvocht en netvlies bekeken worden. Bij een lichte bloeding kan het netvlies nog gedeeltelijk beoordeeld worden. Bij een ernstige glasvochtbloeding is dit niet meer het geval. Daardoor ziet de patiënt niets meer, maar de oogarts ook niet.

4. echografie

Bij een ernstige glasvochtbloeding kan de oogarts een echografie aanvragen om meer over de toestand van het oog te weten te komen. Een echografie kan namelijk “doorheen” de bloeding kijken om afwijkingen in de structuur en ligging van het netvlies aan te tonen. Eventuele netvliesscheuren die de oorzaak kunnen zijn van de glasvochtbloeding kunnen soms maar niet altijd in beeld gebracht worden.

 

Behandeling

De oogarts beslist samen met de patiënt of een glasvochtbloeding zal worden verholpen door middel van vitrectomie waarbij het bloed operatief uit het glasvocht wordt verwijderd. De kansen op herstel na de ingreep moeten vergeleken worden met het verwachte natuurlijk verloop.

Zo ziet een ingreep er in het echt uit door de microscoop van de chirurg:

 

De beslissing om tot een operatie over te gaan wordt meestal genomen in overleg met een netvlieschirurg. De volgende overwegingen komen daarbij aan de orde:

– Hoe groot is de kans dat de bloeding vanzelf herstelt?

– Is de onderliggende oorzaak bekend of wat zijn de meest waarschijnlijke onderliggende oorzaken?

– Is er kans dat de (waarschijnlijke) oorzaak op korte termijn tot meer schade aan het oog, met name aan het netvlies, zal leiden?

– Zijn er voor de onderliggende oorzaak ook behandelingsmogelijkheden waarbij geen vitrectomie nodig is?

– Hoezeer is het tijdelijk slechte zicht van een oog een probleem voor het dagelijks leven en werk?